Het boek heeft de structuur van een bekentenisroman. Niet Jacqueline Park vertelt het verhaal, maar de zestiende-eeuwse "scriba" -schrijfster in dienst van de Italiaanse adel- Grazia dei Rossi. Een geletterde vrouw in een mannenwereld. Een jodin in een anti-joodse beschaving. Jacqueline Park laat de lezer geloven dat Grazia dei Rossi zich met een genre bezighoudt dat na de Italiaanse Renaissance in de vergetelheid geraakt is, het "libro segreto", het geheime boek. Zij schrijft het voor haar zoon Danilo, "die het pas dan mag lezen wanneer hij de drempel der manbaarheid overschrijdt." 

Grazia is een meisje uit een oud joods bankiersgeslacht in het Noord-Italiaanse Mantua. In de altijd durende golfbeweging van antisemitisme worden bloeiperioden voor de Dei Rossi's afgewisseld door tijden van hevige pogroms. Niet alleen de maatschappelijke situatie schudt heftig aan Grazia's jood-zijn, ook de liefde die zij voelt voor nota bene een christelijke edelman, Pirro. Grazia heeft de moed om voor hem een verachte "converto" te worden, een tot het christendom overgegane jood die niettemin altijd een tweederangs burger blijft. 

Beroemde arts
Maar de druk op hen beiden is te groot. Grazia keert geslagen terug in de schoot van haar joodse familie. Zij trouwt met de beroemde arts maestro Juda del Medigo, een geleerde die verkeert in de kringen van de Platoonse Academie in Florence. Hij verwaarloost haar. Wanneer Grazia na jaren haar geliefde weer terugziet, geven zij toe aan hun verlangens. Uit die buitenechtelijke verbintenis wordt Danilo geboren, het kind dat als de zoon van Juda del Medigo joods wordt opgevoed. Dit "libro segreto" vertelt hem wie zijn echte vader is. 

Luther
Wat maakt dit boek zo aantrekkelijk? De moeilijke positie van joden in de Renaissance (in Venetië werd voor het eerst een getto ingericht). Verder de prachtig getekende innerlijke strijd van een "dochter van Abraham" om al dan niet over te gaan naar een religie die in naam van God haar volksgenoten naar het leven staat. De verheven vorsten, opdrachtgevers voor en beschermers van de hoogstaande renaissancekunst, zien we tot leven komen in al hun kleinmenselijkheid. In Juda del Medigo krijgt het humanistische gedachtegoed van die tijd stevig handen en voeten. 

Opmerkelijk is de beschrijving van Luther, voor ons de geloofsheld op de Rijksdag in Worms, maar voor de Italianen -joodse en roomse- de monnik door wiens toedoen in 1527 Duitse, lutherse landsknechten dood en verderf zaaiden in Rome tijdens de zogenoemde Sacco di Roma. De verbinding tussen de landsknechten en de hervormer wordt wel heel snel en zonder nuancering gelegd. De plunderingen, verkrachtingen en brandstichtingen van de uitgehongerde Duitse soldaten worden door Grazia dei Rossi (en dus Jacqueline Park) zonder terughoudendheid beschreven. 

Gebrek aan discretie
Daarmee raken we het minpunt van deze intrigerende historische roman: het gebrek aan discretie. Grazia dei Rossi vertelt onverbloemd over haar liefdesnachten met Pirro. Ik kan me niet voorstellen dat een moeder die verrichtingen aan haar zoon vertelt, ook niet in het Italië van de Borgia-pausen, ook niet als die zoon de drempel der manbaarheid overschreden heeft. Is het daarmee een scabreus, een 'vies' boek geworden? Nee, daarvoor biedt het veel te veel prachtige tekeningen van het leven en het denken in een periode die haar sporen heeft nagelaten in het Italië van nu. 

N.a.v. "Het geheime boek van Grazia dei Rossi", door Jacqueline Park; uitg. De Arbeiderspers, Amsterdam, 1999; ISBN 90 295 3528 8; 656 blz.