Betty en Lies Polak groeien op in een warm orthodox-joods gezin in de Plantagebuurt in Amsterdam. De zussen zijn lid van de orthodoxe tak van de zionistische jeugdbeweging die streeft naar de oprichting van een eigen staat waarin de joden vrij van vervolging zouden kunnen leven. De twee reageren verschillend op de maatregelen die de Duitsers voor joden afkondigen. Terwijl Lies haar fiets inlevert en de jodenster op haar jas speldt, kiest Betty ervoor haar rijwiel te houden, de radio te verstoppen en geen ster te dragen. "Juist niet, waar mogelijk, ingaan op hun eisen", zo luidt haar devies. 

Voor Betty en haar vriend Philip staan de oorlogsjaren voor een belangrijk deel in het teken van onderduiken. "Onze valse persoonsbewijzen gaven ons een geheel nieuwe identiteit. () Wie waren wij zélf nog? Nee, niet een ander. Wij waren mensen geworden die er helemaal niet mochten zijn, die niet bestonden en toch een naam droegen." Vanaf het moment van haar naamsverandering tot aan de Bevrijding verkast Betty minimaal twintig keer. Treffend laat het boek zien hoe ze zich aan verschillende situaties moet aanpassen. 

Het ene moment verblijft Betty op een boerderij waar de avances van de boer steeds opdringeriger worden. Even later is ze dienstbode bij een antroposofisch gezin in Den Haag of trekt ze in bij een kunstenaarsechtpaar in Lage-Vuursche. Ook is ze enige tijd werkzaam in een rooms-katholiek kindertehuis waar ze minstens drie maal per dag met de kinderen moet bidden en op de zondag zo'n twintig jongeren naar de kerk moet begeleiden. Op een slimme manier probeert ze enigszins thuis te raken in de rooms-katholieke wereld om niet als joodse vrouw te worden ontdekt. 

Palestinacertificaat
De weg van Lies verloopt anders. Zij komt in 1943 in het doorgangskamp Westerbork terecht. Daar maakt ze kennis met "een aspect van de mensheid dat me schokte en in verwarring bracht." Ze schrijft over mensen die hun partner bedriegen. "Zonder gêne hadden mannen en vrouwen intieme ontmoetingen. Het deed er niet toe of het een vaste of een toevallige partner was." Sporadisch krijgt ze in het kamp brieven van Betty, "steeds onder een andere naam, als ze weer van persoonsbewijs had moeten veranderen." 

Vanaf 1941 wordt een groot aantal Duitsers in Palestina uitgewisseld tegen Palestijnse staatsburgers die in Europa zijn blijven steken en een groep mensen die een Palestinacertificaat bezitten. Lies krijgt haar certificaat als ze in Westerbork is. "Ook mijn ouders stonden op de lijst. Maar zij waren al vergast in het vernietigingskamp Sobibor in Polen, voordat hun certificaten arriveerden." 

In juni 1944 vertrekt Lies uit Westerbork. "Niet in beestenwagens maar in een personentrein. Die stond weliswaar onder zware bewaking en werd grondig vergrendeld, maar we gingen op weg naar een betere toekomst." Na een lange reis, via onder meer Bergen-Belsen en Wenen, komt ze op de eindbestemming aan. "Jullie zijn in Palestina, kwamen de Engelse soldaten ons vertellen. Ontroerd stonden we als één man op en hieven het Hebreeuws volkslied, Hatikwa, De Hoop, aan. Nou ja, we huilden meer dan dat we het zongen." 

Op de weg naar Haifa staan veel mensen langs de spoorlijn. "Zij hadden gehoord dat er overlevenden uit Europa zouden komen en gooiden ter verwelkoming armen vol sinaasappelen door de open ramen naar binnen." Behalve vreugde is er bij Lies ook sprake van verwarring en onzekerheid. "Ik had geen ouders meer. Geen enkel familielid om me heen. Helemaal alleen was ik terechtgekomen in een andere wereld, met een ander klimaat, met louter onbekende mensen die bovendien een volslagen andere taal spraken." 

Haar zus Betty belandt intussen in Bilthoven in de gevangenis vanwege verzetsactiviteiten van haar vriend Philip. In de cel helpen de Bijbel en een protestants gebedenboek -de enige lectuur die is toegestaan- haar door vele moeilijke uren heen. "Vooral het lezen van het gebedenboek en de prachtige psalmen van David, waren een weldaad. Zij gaven mij kracht en ik begon in te zien dat de christelijke leer niet alleen tot pogroms hoefde te leiden, maar juist naastenliefde uit wil dragen." Uiteindelijk komt Betty met een waarschuwing vrij, terwijl Philip blijkt te zijn gefusilleerd. 

Kerkdienst
"Bewogen stilte" biedt meer dan alleen het aangrijpende relaas van zowel Betty als Lies. Hun verhalen zijn op een vrij natuurlijke wijze met elkaar vervlochten. Op verschillende momenten raken de twee lijnen elkaar. Bijvoorbeeld als Betty in een sombere tijd een briefkaart van haar zus Lies ontvangt. "De kaart was in Wenen gepost en uit haar omzichtige woorden kon ik opmaken dat ze bevrijd was uit Bergen-Belsen en op weg naar Palestina. De vreugde die toen in me opwelde laat zich niet beschrijven. Mijn jongste zusje zou in leven blijven!" 

Ondanks de verschillende wegen die de twee zussen gaan, houden voor een deel dezelfde zaken hen bezig, waaronder vragen op het gebied van godsdienst. Betty gaat in de winter van '44 en '45 verschillende keren op hongertocht. "Op al mijn tochten heb ik het steeds zo uitgezocht dat ik een kerkdienst kon bijwonen. Ik genoot van de gezangen en putte troost en moed uit de gesproken teksten. De gewijde rust die in de kerken heerste, verzoende mij met mijn leven en gaf er weer zin aan." 

Lies geeft in een van haar brieven aan Betty juist uiting aan geloofstwijfel. Na de oorlog schrijft ze: "Ik had het ook moeilijk omdat ik niet wist wat ik met een God aanmoest, een God die ons onze ouders had ontnomen, die jouw Flip had laten fusilleren, die Juul (haar verloofde, MB) had laten sterven een week na de bevrijding. Ik wilde eigenlijk niets meer met het orthodoxe jodendom te maken hebben." 

Zowel Betty als Lies bouwt na de Bevrijding een nieuw bestaan op. De periode van de oorlog vormt lange tijd geen onderwerp van gesprek. Uiteindelijk verbreken ze na vele jaren het zwijgen, waarbij de aanleiding verschillend is. "De kleinkinderen lieten ons niet met rust, begonnen vragen te stellen, vragen die wij allengs gingen beantwoorden", schrijft Lies, die in 1962 weer naar Nederland komt. Betty komt via haar werk in aanraking met Duitsers. "Het raakt mij diep dat mijn Duitse vrienden mij hebben behoed voor ongenuanceerd denken en discriminatie. () In de aanraking juist met hén werd de ban van mijn zwijgen verbroken." 

N.a.v. "Bewogen stilte. Oorlogsherinneringen van twee zussen", door Lies Auerbach-Polak, Betty Bausch-Polak en Nanda van der Zee; uitg. Ten Have, Kampen, 2004; ISBN 90 259 5432 4; 118 blz.