Tijdens zijn onderduikperiode in de Tweede Wereldoorlog begint de Joodse zakenman Maurits Wertheim te schrijven. In 1952 debuteert hij met "Isaäc de Fuentes", een roman waarin zijn eigen familiegeschiedenis is verweven. Het verhaal speelt in het midden van de negentiende eeuw tegen de achtergrond van de havenstad Rotterdam. Het boek wordt goed ontvangen. "Degelijke, historische roman, ouderwets in de goede zin van het woord", geeft een recensent als commentaar. "Isaäc de Fuentes" beleeft zes herdrukken, en werd onlangs door een christelijke uitgever ontdekt. Toch een beetje merkwaardig. Voor een seculier publiek is de roman vijftig jaar na dato niet meer interessant, maar dan wordt het voor een christelijk publiek geschikt. De 'helende' werking van de tijd? 

Twee werelden
De Fuentes, de hoofdpersoon, is een liberale Jood, Fransman en aristocraat, getuige zijn achternaam, die met "de" begint. Hij behoort tot het geslacht dat in Wertheims perceptie uitgestorven is: "Waar is de tijd van de grote kooplieden, van de geslachten, die de wereld openden en de goederen brachten waar zij nodig waren? Waar zijn die mannen met hun brede kijk en durf, mannen van traditie en allure?" 

De Fuentes heeft gevochten in het leger van Napoleon. Na de dood van zijn vrouw reist hij met zijn zoontje Eli naar Holland om daar een nieuw bestaan op te bouwen. Ze worden in Rotterdam ontvangen door de familie Davidson. Vader Jacob Davidson is kerkvoogd van de synagoge, een man van thora en talmoed, van ritus en wetten. Twee werelden ontmoeten elkaar: de schriftgeleerde, de man van de letter en de man van het leven, die veel gezien en beleefd heeft. De vrouw des huizes, Rebecca, is een knappe koopmansdochter, "groot, fors en heerszuchtig." Het huis van de Davidsons getuigt van grote welstand. Er zijn glanzende meubels, tafelzilver en porselein. 

Hoewel De Fuentes zo ongeveer een verpletterende indruk maakt, is het onmogelijk dat hij zijn intrek zal nemen in huize Davidson. Rebecca ziet het in één oogopslag: "Isaäc, die te allen tijde Jacob zal overvleugelen door zijn houding en savoir vivre, en ook haar, al is zij geestelijk sterk." Bovendien, zijn vrije geest past niet in hun orthodoxe omgeving. Hij bestaat het zelfs om een woord van "Jozua van Nazareth" te citeren. 

De Fuentes ziet het zelf ook in en huurt een groot huis aan het Haringvliet, compleet met gebeeldhouwd plafond, marmeren schouw en kristallen kaarsenkroon. Het kan niet op. Nu nog een huishoudster. Die wordt gevonden in de persoon van Jannetje Kan. What's in a name? Jannetje is een "frisse, goedgeklede vrouw." Ze heeft, let wel, "prachtige, sterke, grijze ogen en een licht verleidelijk onderkinnetje, en de enkele keer dat ze lacht is zij zeer bekoorlijk." Jannetje is veertig, Isaäc halverwege de vijftig. 

De vonk springt over, maar toch wil het niet lukken tussen die twee. Een generatie jonger is evenmin gelukkig in de liefde. Eli de Fuentes, zoon van Isaäc, en Treesje, nicht van Jannetje, komen wel tot een huwelijk. Maar dat loopt uit op een dramatische toestand. 

Koele kikker
Wertheims personages hebben niet zoveel psychologische diepgang. Eli is een koele kikker, Madeleine een babbelkous, Jozef een gemenerik, Bas een stugge zeebonk. Maar ook de hoofdpersonen doen weinig aan zelfreflectie. De Fuentes moet dé ideale man voorstellen, maar vaak komt hij alleen maar over als een egoïstisch figuur, die van de goede dingen des levens geniet. 

De meeste personen zijn bovengemiddeld mooi, intelligent of "wilskrachtig" en verkeren in een welgesteld milieu. Dit ligt er soms te dik bovenop en dat wordt dan wat vermoeiend. Mogelijk speelt Wertheims nostalgie of afkeer van de grijze middenmoot hem parten. Overigens is de roman door allerlei verwikkelingen en intriges die de mensen soms tot wanhoop drijven wel levensecht en spannend, hoewel je je soms even door een saai gedeelte heen moet bijten. "Isaäc de Fuentes" geeft ook een goed beeld van een rijk, liberaal Joods milieu. 

N.a.v. "Isaäc de Fuentes. Een geschiedenis uit het geslacht De Fuentes", door Maurits Wertheim; uitg. Kok, Kampen, 2001; ISBN 90 435 0327 4; 351 blz.