Subthema 'Oud Goud'

Deze meestervertellers wisten generaties te boeien.

Gera Kraan - van den Burg: Pleidooi voor vrouwelijkheid

In het Letterkundig Museum worden in een dun mapje vier kostbare velletjes papier bewaard. Ze zijn volgeschreven in een duidelijk handschrift en ondertekend met haar naam: Gera Kraan-van den Burg. Meteen al, bij de eerste regels, is duidelijk dat de tekst een samenvatting is van haar levensloop: ”Als kind was ik een leeswolf, die -zonder uitgesproken school -knap te zijn- voor haar opstellen de beste cijfers kreeg en op haar negende jaar De Delftse Wonderdokter verslonden had.”

Lees meer

”Ik ben maar een beginnelingetje”

Vertellen en een boodschap doorgeven. Meer wilde de schrijver H. te Merwe niet doen. Hij was zich bewust niet in de schaduw te kunnen staan van de grote verteller W. G. van der Hulst: ”Die stond ergens ver weg. Dan kwam er niets en dan kwam er nog eens niets. En dan kwamen wij.” Ook Anne de Vries beschouwde hij als zijn meerdere. ”Maar ik weet ook dat er mensen zijn die nog slechter schrijven dan ik.”

Lees meer

Geen literator, maar een gewone verteller

Zijn naam is onlosmakelijk verbonden met de Alblasserwaard. Daar situeerde Jo Ooms zijn romanfiguren: rijke boeren, behoeftige dagloners, hupse meidjes, vrijgezelle gezusters en calvinistische dominees. Hoewel hij geen groot schrijver was, wist de daggelderszoon daarmee velen te boeien. Tot Maarten ’t Hart toe.

Lees meer

Kroniekschrijver van de gereformeerden

Piet Risseeuw beschikte over de gave mensen te observeren. Dat blijkt uit zijn romans, dat blijkt ook uit de stimulerende rol die hij in de christelijke schrijverswereld speelde. Hij kende iedereen, had oog voor ontluikend talent, stimuleerde beginnende schrijvers zonder zijn hoge idealen te verloochenen. Halverwege de twintigste eeuw was Risseeuw de spin in het web van de christelijke literatuur. Daarom is de laatste aflevering in deze serie aan hem gewijd.

Lees meer

Edelmoedige helden, laaghartige verraders

Jelle Piebes, Hotse Hiddes, Lubbert Klazes. Onvergetelijke karakters schiep Sibe van Aangium in zijn jeugdboeken, echte Friezen met een onverwoestbare liefde voor het vaderland, maar ook laaghartige verraders. Intussen voerde de auteur zelf een geheel andere strijd dan zijn hoofdpersonen. In het echte leven, waarin hij Hendrik Steen heette, stond hij als predikant midden in de conflicten die de Gereformeerde Kerken tijdens de eerste helft van de twintigste eeuw verdeelden.

Lees meer

Ten strijde tegen onwaarachtigheid

Voor alles was hij een meesterverteller. Eerst op school en na 1945 in zijn boeken. De romans van Barend de Graaff waren erg in trek bij de gewone man en vrouw van na de oorlog. Eind jaren zeventig ging het tweemiljoenste exemplaar al over de toonbank. Zijn bekendste verhaal is ”Het geslacht van Garderen”, met als hoofdpersoon de levensgenieter en mensenkenner Lange Hermen, de heiden van Meerkerk. In Lange Hermens afschuw van onwaarachtigheid en dubbelhartigheid herkende Barend de Graaff zichzelf.

Lees meer

Schoolmeester met een rooie draad

Het liefst tikte Aart Romijn de manuscripten voor zijn vele boeken in de huiskamer op een typemachine. De ’rooie’ protestants-christelijke schoolmeester-schrijver uit Amsterdam was geen studeerkamergeleerde. Ook geen salonsocialist trouwens. En al helemaal geen zondagschristen.

Lees meer

Geïnspireerd door de kerktoren van Zeist

Over de literatuur van haar tijd had mevrouw van Hoogstraten-Schoch een kort oordeel: ”Zeer bedenkelijk.” Haar eigen werk werd op soortgelijke manier door literatuurcritici bestempeld. Het deerde de gevierde auteur allerminst: schrijven zag ze vooral als roeping en de liefhebbers van haar familieromans waren er niet minder om.

Lees meer

Mannen van stavast

Veel schrijvers van oorlogsboeken werden na de oorlog dapper. K. Norel was het al in de bezettingsjaren. Aan den lijve ondervond hij wat een anti-Duitse houding met zich meebracht. Wellicht verklaart dat het succes van zijn ”Engelandvaarders”, ”Vliegers in het vuur” en andere mannen van stavast.

Lees meer

Boven de polder de hemel

Jo Ypma was een jongensachtig kind. Ze zat op de boerderij van haar Friese grootvader graag onder koeien of op een paard. Haar vader, in het begin van de 20e eeuw hoofd van een kleine christelijke school in Haastrecht, gaf haar een vooruitstrevende opvoeding. Hij leerde haar niet bang te zijn voor burenroddel en nam haar mee naar de cineac in Rotterdam voor het wereldnieuws. Zij was er ook bij toen haar vader in Schoonhoven met Troelstra debatteerde. Troelstra zei dat dominees de mensen blij maakten met een wissel op de eeuwigheid. Ypma ging staan en riep: ”U hebt gelijk, dat doen ze ook, en die wissel wordt altijd gehonoreerd.”

Lees meer