Zussen strijden schouder aan schouder

Marlinde en Anne-Lien verplegen coronapatiŽnten

16059zussenadrzgoes-6

CoronapatiŽnten verzorgen met een mondkapje op en isolerende kleding aan, is afzien. Dat zeggen zussen en verpleegkundigen Marlinde en Anne-Lien. Toch is het ook dankbaar werk.

Tijdens hun dienst happen de zussen uit ’s Gravenpolder naar lucht alsof ze sporten bij 35 graden. Marlinde van de Vreede (21) en Anne-Lien Meeuse-van de Vreede (24) verplegen in het Admiraal de Ruyterziekenhuis in Goes patiënten die het longvirus onder de leden hebben. En dat is ander werk dan dat wat ze normaliter doen.

Voordat het coronavirus uitbrak, werkten de zussen op de afdeling heelkunde. Daar zorgden ze zowel voor mensen die acuut zorg nodig hebben, bijvoorbeeld vanwege een gebroken heup, als voor patiënten die gepland onder het mes moeten.

Na de operatie herstellen patiënten onder het toeziend oog van de zussen. De verpleegkundigen helpen met alles wat de patiënten niet zelf kunnen; eten, douchen, aankleden. Ook houden ze de gezondheid van hun patiënten in de gaten.

Maar nu het coronavirus rondwaart, ziet een werkdag er voor de zussen heel anders uit. Spoedopnames gaan door, maar geplande operaties worden vaak uitgesteld. De mensen die alsnog onder het mes moeten, worden vaak geholpen door ziekenhuispersoneel uit de vestiging in Vlissingen. Zo hebben Marlinde en Anne-Lien de handen vrij om coronapatiënten te helpen.

Beschermd

Een dagdienst begint voor Marlinde om halfacht. Tien minuten daarvoor staat ze al omgekleed op de afdeling. „Dan pak ik meteen een mondkapje, omdat we als team niet altijd 1,5 meter afstand kunnen houden.”

Vanaf dan gaat ademen zwaar. „Alsof ik net gesport heb.” De nachtdienst vertelt Marlinde wat ze moet weten. Dan stapt ze de isolatiesluis door. Eerst trekt ze een blauwe isolatiejas aan over haar uniform. De handschoenen gaan daar weer overheen. Ten slotte volgen een veiligheidsbril en een muts.

Beschermd tegen het virus kan ze voor de pakweg tien coronapatiënten gaan zorgen die de afdeling rijk is. Marlinde begint met het controlerondje waarin ze kijkt of de longpatiënten nog genoeg zuurstof in hun bloed hebben. „Die controle doen we elke twee uur.”

Die check is essentieel, weet ook haar zus Anne-Lien. „Normaal gesproken kijk je als verpleegkundige met een klinische blik. Door op te letten hoe een patiënt in z’n bed ligt, kun je inschatten hoe het met die persoon gaat. Maar met coronapatiënten kan het veel slechter gaan dan het lijkt. Iemand met het coronavirus kan heel snel minder zuurstof in het bloed krijgen. Als dat percentage daalt naar bijvoorbeeld 70 procent, moet die persoon acuut aan het zuurstof. Anders loopt het lichaam onvermijdelijk schade op.”

De gevolgen van het coronavirus wennen niet, zegt Anne-Lien. „Een van de patiënten die ik sprak, sportte een paar keer per week. Nu kan hij nog geen kwartier op een stoel zitten. Dat is aangrijpend. Zulke mensen moeten praten, praten en praten om alles te verwerken. Ze zijn op het randje van de dood geweest. En daardoor ook dankbaar dat ze nog leven.”

Pittig

Na de controleronde wast Marlinde de mensen en deelt ze medicatie uit. Rond kwart over tien is het tijd voor een bak koffie. Maar eerst moet dan de beschermde kleding uit. „Als je je mondkapje afdoet, merk je pas hoe benauwd je het had”, zegt Marlinde. Soms wordt ze draaierig van de plotselinge zuurstofstroom die haar longen bereikt. „Het duurde weer lang genoeg”, denkt de verpleegkundige dan. Ze noemt de coronadiensten „best pittig.” „Ik hou het vol omdat ik in een topteam werk. En omdat patiënten hun dankbaarheid tonen.”

Zoals die man, afgelopen zondag. Hij had op de intensive care gelegen en was zo slap als een vaatdoek. Zijn dochter kwam schone kleren brengen. „We hadden –zonder dat de man het wist– geregeld dat ze even voor het raam zou kunnen komen kijken. Die man was zo blij dat hij zijn dochter zag. Hij kreeg weer energie, kreeg het zetje dat hij net even nodig had. Doordat we zulke dingen meemaken, hou ik het vol.”

Ook andere coronapatiënten tonen hun dankbaarheid aan Marlinde. „Meer dan op de reguliere afdeling. En ze laten ook merken dat ze doorhebben dat het voor ons, in die pakken, ook anders werken is. Dan zeggen ze „zwaar hè” of: „je zult het wel warm hebben.” Daarmee laten ze hun waardering merken.”

Schrijnend vindt Marlinde het overlijden van coronapatiënten. „Tijdens een dienst van mij is gelukkig nog nooit iemand overleden, maar van collega’s ken ik de verhalen. Normaal gesproken mag de familie zo lang ze wil bij de stervende zijn. Nu zijn de regels strenger.”

Topteam

Marlinde ligt niet snel ergens wakker van, zegt ze. „Maar ik voel me hier zo machteloos bij. Ik doe dit werk juist omdat ik mensen wil helpen. Maar doordat we dat nu niet kunnen doen, ervaar ik een overlijden als dubbel zo moeilijk. Aan de andere kant geniet ik nu samen met overlevende coronapatiënten extra van de kleine dingen. Als iemand weer zelf kan douchen, geeft dat zoveel vreugde. Daarvan geniet ik mee.”

De zussen vinden, naast dat ze al hun ervaringen kunnen delen in hun „topteam”, ook steun bij elkaar. „Je verwerkt het toch een soort van samen”, zegt Anne-Lien. „Natuurlijk kan ik er met mijn man ook over praten, maar die weet niet uit ervaring hoe het is om dit mee te maken.” Ook Marlinde vindt het prettig om te praten met haar zus. „We spreken elkaar elke dag en we zouden eigenlijk minder over werk moeten praten dan we nu doen.” „Toch vind ik het ook wel fijn om van gedachten te wisselen”, zegt Anne-Lien. „Want dit is geen normale gang van zaken.”


Deze special is onderdeel van het Thema Dossier "Corona onder jongeren"

Bekijk het dossier