Zo wordt een examen gemaakt

Nieuws   13 mei 2019 | tekst Henrieke Koster, beeld ANP
ANP-72909734

Ieder jaar zorgt de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) ervoor dat bij ongeveer 1200 scholen voor middelbaar onderwijs in Nederland de centrale examens bezorgd worden. Maar daar gaat heel wat aan vooraf. De samenstellers van de examens hebben er al twee jaar aan gewerkt. Hoe komen de centrale examens tot stand en wie bedenkt de vragen? Willemijn Leene, woordvoerder van het College voor Toetsen en Examens (CvTE), legt het uit.

Het College voor Toetsen en Examens moet ervoor zorgen dat er ieder jaar goede examens zijn. De leden van het college komen uit het primair onderwijs (po), voortgezet onderwijs (vo), middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en hoger beroepsonderwijs (hbo). Samen met het Centraal Instituut voor Toetsontwikkeling (Cito) zorgen zij ervoor dat er ieder jaar weer nieuwe centrale examens zijn.

Willemijn Leene: „Het maken van een centraal examen duurt twee jaar. Daarom zijn we nu al bezig met de centrale examens voor 2021.” Het begint allemaal met het examenprogramma, dat wordt vastgesteld door de minister van Onderwijs. „Dit programma gaat meerdere jaren mee. Het CvTE maakt er een meer specifieke versie van: een syllabus. Hierin staat duidelijk uitgelegd wat er in het examen gevraagd kan worden. Zo kunnen docenten hun leerlingen goed voorbereiden. Vervolgens stelt het CvTE een constructieopdracht op, waarmee we de medewerkers van het Cito vragen om een centraal examen voor een vak te maken. In de opdracht geven we door hoe het centraal examen eruit moet zien en vermelden we de randvoorwaarden.”

Opstellen
De opdracht is binnen bij Cito. Tijd om het examen daadwerkelijk te gaan maken. Drie of vier vakdocenten buigen zich over het examen, een toetsdeskundige begeleidt hen. Met elkaar bedenken de groepsleden de vragen. Ze weten wat er in het onderwijs speelt en wat er gevraagd kan worden. Maar ze halen ook inspiratie uit vakbladen, kranten en tentoonstellingen. Belangrijk is dat de informatie die wordt gegeven, uit de werkelijkheid komt. Een goede vraag past bij het examenprogramma, sluit aan bij de belevingswereld van de leerlingen, ligt niet politiek of religieus gevoelig en is actueel en eenduidig.

Vaststellen
Als het Cito het klusje heeft geklaard, laat dit het CvTE zien wat het ervan heeft gemaakt. Weer andere vakdocenten controleren hoe het Cito de opdracht heeft uitgevoerd. „Vaak wordt een pakket meerdere keren heen en weer gestuurd, totdat iedereen tevreden is”, stelt Leene. „Uiteindelijk rolt daar een centraal examen uit waarvan de vaststellingscommissie van het CvTE zegt: „Dit klopt helemaal, we gaan akkoord en we stellen dit centraal examen vast.””

De centrale examens zijn nu klaar om gedrukt en vervolgens verspreid te worden. De Dienst Uitvoering Onderwijs in Groningen zorgt ervoor dat ongeveer 1200 scholen verspreid door heel Nederland de examens krijgen.

De centrale examens moeten tot de start van de afname strikt geheim blijven om iedereen dezelfde kansen te geven. Als de inhoud van een examen bij sommige mensen bekend is, zorgt dat voor voorkennis en dus ongelijkheid. Uiteindelijk worden de diploma’s die toegang geven tot het vervolgonderwijs erop gebaseerd, dus moet de uitslag boven elke twijfel verheven zijn. De directeur van een school is verantwoordelijk voor de afname van de examens. De Inspectie van het Onderwijs controleert of dat volgens de regels gaat.

Normering
Na de examens is het wachten op de normering, de zogeheten N-term. De N-term hangt samen met de moeilijkheid van het examen. Die kan per jaar verschillen, want de centrale examens zijn elk jaar nieuw en daarom kunnen ze niet exact even moeilijk zijn als het jaar daarvoor. Een leerling kan dus in het ene jaar een iets lastiger examen economie, Duits of natuurkunde krijgen dan in het andere jaar. Als het havo-examen natuurkunde in een bepaald jaar aan de moeilijke kant is, hebben de leerlingen minder punten nodig voor een 6. Maar als een examen een keer eenvoudiger is, zijn er juist meer punten nodig voor die 6.

Om de eisen gelijk en de lat op dezelfde hoogte te houden wordt er gebruikgemaakt van de N-term. Leene: „Het doel van de N-term is ervoor zorgen dat iedereen een gelijke beoordeling krijgt. Daarom vergelijkt het CvTE, samen met het Cito, de examens met elkaar, zodat ze conclusies kunnen trekken over de vaardigheid van groepen leerlingen en de moeilijkheid van de centrale examens en iedereen een eerlijk cijfer krijgt.”

Terug naar Examens 2019