Wandelen voor je rust

Nieuws   12 mei 2020 | tekst Alicia de Weert, beeld Pixabay
hiking-1312227_1920

Wanneer wij in een schoolvakantie niet op vakantie kunnen, plannen we met het gezin één of twee dagen weg in de vakantie. Waar ik in januari nog droomde van een bezoek aan Denemarken of Litouwen in mei, kan ik nu alleen nog maar dromen van een dagje weg. Een dagje weg, maar dan wel corona-proof.

Het voordeel van deze omstandigheden is dat er thuis niet eindeloos wordt gediscussieerd wordt over de bestemming. Geen dierentuin of strand. Ik kan kiezen uit twee opties: wandelen of fietsen. Na enige discussie –helaas toch– is het besluit genomen, we gaan wandelen. Het is bovendien goed voor ons doel; naar China lopen.

Uiteraard kan niet alles meezitten, de bewuste woensdagmorgen breekt aan, en de wolken schuiven voor de zon. Ik kan gratis een glas water drinken als ik buiten ga zitten. Mijn moeder blijft optimistisch. „We rijden gewoon net zolang, tot we op een droge plek aanbelanden.”

Ik hijs mijn wandelschoenen en jas aan en loop naar de auto. Daar tref ik mijn zusje aan. In een van mijn jassen notabene. Ze zit er al helemaal klaar voor. Na een forse autorit belanden we op een droge plek.

Bij aankomst begint de discussie ”wie gaat al het eten sjouwen.” Vaders maakt er vlot een einde aan, iedereen neemt zijn eigen flesje mee. De kaasstengels en nootjes zijn al op voordat we 100 meter hebben gelopen, en zo hoeft mijn vader een tas met slechts enkele kaasboterhammen te tillen. Die eet hij dan ook bijna allemaal in zijn eentje op.

Na een paar keer verkeerd te zijn gelopen lopen we in een stadje, richting de pont. Mijn hongergevoel –ik heb een onvindbare lintworm– neemt toe, en al snel stel ik voor om bij de bakker wat lekkers te halen. Helaas, we moeten nog even volhouden, in een ander stadje gaan we wat eten, aldus vaders.

De omgeving rond de pont ziet er verlaten uit. Tot mijn grote teleurstelling begint het veer pas over drie dagen met varen. Mams blijft optimistisch over de 4 kilometer die we extra moeten afleggen om de gewenste plek te bereiken. „Joh, we lopen een klein stukje terug en gaan dan de brug over.”

Terug in het stadje krijg ik een dosis heerlijke kibbeling, zodat ik er weer tegen aankan. Met vier zussen, sta ik regelmatig stil bij een winkel. Mams bedenkt dat er nog een familielid van haar in dit stadje woont en gaat „even zwaaien in de winkel.” Ondertussen sta ik met mijn zusjes buiten weg te rillen, want alles moet coronaproof.

Na een poosje komt ze weer naar buiten. „We gaan er even koffiedrinken”, aldus moeders. Ik stap stevig door en na een halfuur beland ik bij de familie thuis. Het is een verademing om even te kunnen zitten, maar een ding heb ik geleerd. Ik zal nooit, maar dan ook nooit bij mijn ouders om tien vogels in een kooi vragen. Want dan weet ik zeker, dat ik nooit meer rust heb. Wat een gepiep zeg, het zijn net wijven.

 

Terug naar Schrijfsels van Alicia