Op de zorgboerderij is „alles positief”

Nieuws   07 jan. 2019 | tekst Arien van Ginkel, beeld Cees van der Wal
ChristineVink-ceesvdwal_7(1)

Nieuwsgierige kraaloogjes volgen iedere beweging van Christine Vink (19) wanneer ze langs het kippenhok wandelt. In het weiland naast het kippenverblijf scharrelen de kunekunevarkens Knorrie en Ollie rond. „De paarden hebben de leukste karakters van alle dieren op de zorgboerderij, vindt Christine. „Die zijn rustig. Andere dieren kunnen haar druk maken.

Als ze een van de vijf paarden op zorgboerderij ”de 3 margen” in Nieuw-Lekkerland borstelt, kletst Christine honderduit. „Je doet het heel goed, je staat lekker stil”, vertelt ze. Het paard kijkt naar haar met grote bruine ogen. „Ze voelen me goed aan, soms beter dan mensen.”

Waarom ze op een zorgboerderij werkt zou de Werksendamse niet weten. „Wat ik wel weet, is dat ik het supergezellig vind”, straalt ze. Achter haar, op het erf, duwt een van de andere vijftien cliënten die vandaag op de boerderij zijn, een kruiwagen vooruit. Het meisje dat de keuken binnenglipt, krijgt een warm welkom van Christine. „Leuk dat je er bent.”

Structuur en regelmaat vindt Christine belangrijk. „De kerstdagen, oud- en nieuw, ik vind het verschrikkelijk”, verzucht ze. Om te onderstrepen hoe vreselijk de feestdagen zijn, steekt ze haar tong uit. „Het is wel gezellig hoor”, geeft ze even later toe. „Maar ik ben deze dagen helemaal uit mijn doen. Het liefst heb ik dat elke dag hetzelfde is.”

Legmeel

Iedere donderdag is de blonde vrouw in Nieuw-Lekkerland te vinden. En om de week op zaterdag. Als Christine ’s ochtends arriveert, kijkt ze eerst naar het planbord. Het whiteboard vertelt haar wie er in haar groep zit, wat ze moet doen en wie haar helpt als een van haar taken niet lukt. Bijna altijd is Hans, de zoon van zorgboerin „tante Susan”, haar begeleider. Op hem kan Christine terugvallen.

De cliënt leert door de jaren heen steeds meer taken zelfstandig doen. Zo kan ze nu inschatten hoeveel tijd het haar kost om het kippenhok te verschonen, de tafel te dekken of het paard te borstelen. Ze mag daarom zelf haar planning maken. Hans houdt een oogje in het zeil, want het blijft opletten met de koffietijden. Halverwege het schoonmaken van het kippenhok, of het wassen van een auto stoppen om wat te drinken, vindt Christine, net als feestdagen „verschrikkelijk”. Een taak moet eerst af, dan kan ze ’em doorstrepen. Ze heeft zichzelf wel eens afgevraagd waarom ze afhankelijk is van een planbord. Andere mensen gebruiken dat toch ook niet? Dus probeerde ze het een tijdje zonder. „Ik werd knettergek en was niet te genieten.”

Christine houdt van de duidelijkheid op de zorgboerderij. Elke taak van de dag heeft een bijbehorende instructiekaart. Zo gaat kippen voeren in vijf stappen. Iedere stap is genummerd en voorzien van een plaatje. Het begint met „1. Vul de schep met legmeel en leeg de schep in de voerbak.” En eindigt met „5. Leg de schone eieren in het doosje.” Christine vindt het belangrijk die stappen nauwkeurig te volgen. „Voordat je de tafel dekt, moet je goed tellen hoeveel mensen er zijn. Het is wel eens gebeurd dat ik een bord tekort had. Dan moet je dat oplossen. Heel vervelend.”

Krielkippen

Met al die poezen, varkens, paarden, konijnen, kippen en koeien heeft Chistine zich op de boerderij nog nooit een moment verveeld. „Dit zijn lakenveldkoeien”, wijst de jonge vrouw naar rechts in de boerenstal. „Ze heten zo omdat de brede witte streep die over het midden van hun lijf loopt, net een laken lijkt. De meeste koeien hebben vlekken, dus deze zijn best zeldzaam.”

Ze wandelt verder door het stro, langs een melkbus en de lege varkens- en paardenstal naar het kippenhok van de krielkippen. „Deze leggen inimini-eitjes.”

Bijna iedere donderdag zorgt Christine voor de kippen in een van de vier hokken. Ze schraapt het hok leeg, haalt de eieren uit, geeft water en zorgt, ook in het leg- en nachthok, voor vers zaagsel. „In het begin vond ik het een beetje vies om het hok te verschonen, maar eigenlijk is het zo gebeurd.”

Christine vindt het belangrijk om positief te zijn en heeft voor iedereen die ze tegenkomt een vriendelijk woord. De oliebollen zijn heerlijk, het meisje dat haar moeder verloor is heel lief en de begeleiders helpen haar goed.

Hoe lang Christine nog op de zorgboerderij zal werken, weet ze niet. „Daar maak ik me niet druk over. Ik heb wel eens geprobeerd me de toekomst voor te stellen, maar dat is me nog nooit gelukt. Niemand weet hoe het morgen gaat.”

Christine vindt het belangrijk om op de boerderij zelfstandig te leren werken. „Als ik dan begeleid ga wonen, heb ik niet continue hulp nodig van de begeleider.”


Deel 1 in een serie over dierenvrienden. Christine is op de zorgboerderij omringd door dieren.

Terug naar Serie: Dierenvrienden