Of je God je Vader mag noemen in het gebed

Serie HHJO: Het "Onze Vader" uitgelegd   12 apr. 2016 | tekst HHJO, beeld RD
biddenhandenvouwen

Het Onze Vader. Hoe vaak heb je het al gebeden? Maar wat bid je precies? De Hersteld Hervormde Jongeren Organisatie (HHJO) vroeg ds. G. de Greef uit IJsselmuiden om uitleg over het begin: "Onze Vader".

De Heere Jezus leert ons het gebed te beginnen met ‘Onze Vader’. Hoe is dit woordje ‘onze’ bedoeld?
Hij is niet alleen míjn Vader, maar ook van al Zijn kinderen. Door het geloof ervaar je ook verbondenheid met anderen die genade kennen.

Waarom of wanneer mag ik Hem Vader noemen?
Vader zeggen hoort bij kinderen. Dan is de vraag: ben ik een kind, een kind van God, om Hem Vader te kunnen noemen?

Soms wordt het heel algemeen gesteld: door de schepping zijn we kinderen van één Vader. Of door het verbond. We spreken immers van verbondskinderen? Dit is overigens geen kleine zaak! Maar laten we niet vergeten dat we weggelopen kinderen zijn, verloren zonen en dochters van nature, die de vader der leugenen zijn toegevallen en in Gods Rijk niet kunnen komen tenzij we opnieuw geboren worden. We hebben het nodig om door Gods Geest geleid te worden om in de diepste zin een kind van God te zijn en door het geloof ‘Vader’ te zeggen. Lees ook eens antw. 120 van de HC. Hier staat dat God door Christus onze Vader geworden is.

Daarom: is er bij jou het geloof in de Heere Jezus Christus? Is er de leiding door de Geest? In Rom. 8:14 staat: ‘Zovelen als er door Gods Geest geleid worden, die zijn kinderen Gods.’ Kort gezegd: die Geest maakt levend, maakt eerlijk voor God, brengt tot verootmoediging, leidt tot Christus en leert je om voor Hem te leven. Die Geest is ook de Geest der aanneming tot kinderen, door Welke wij roepen: ‘Abba, Vader!’ (Rom.8:15). Deze Geest wil de hemelse Vader geven aan degenen die Hem daarom bidden.

Is de aanspreektitel ‘God’ beter?
In de Bijbel wordt de Heere met vele namen genoemd. Die mogen ook gebruikt worden. De Heere Jezus vertelt Zelf de gelijkenis van de farizeeër en de tollenaar. Daarin laat Hij de tollenaar bidden: ‘O God, wees mij zondaar genadig.’ Hij werd verhoord.

Aan de discipelen noemt Hij, op hun vraag, speciaal de Vadernaam. Is dit niet één van de hoogste en mooiste namen? Het spreekt van nabijheid, van vertrouwen en verwachten, zoals een kind kan vertrouwen op zijn vader en alles van hem verwacht.

Het woord ‘Vader’ roept vertrouwen op. Maar God is ook heilig. Hoe blijft dit in evenwicht?
Inderdaad, God is heilig. We kunnen van onszelf voor Hem niet bestaan. Dat kan alleen in en door Christus, Die het volmaakte offer heeft gebracht.

Mag iemand die onbekeerd is wel het ‘Onze Vader’ (mee)bidden?
Om te spreken in de geest van ds. B. Smytegelt (1665-1739): Ja, wensend en biddend: "mocht ik ook die genade hebben om dit eens te mogen zeggen als een kind’. Zoals dat bijv. ook gebeurt in de kerk bij het zingen van psalmverzen.

Terug naar Serie HHJO: Het "Onze Vader" uitgelegd