Maartje, Marien en Pleun over vooroordelen: „Van iedereen kan ik iets leren”

Serie HJW: Vooroordelen   28 apr. 2015 | tekst Tom Valkenburg (HJW), beeld eigen foto
Maartje
marien
pleun

Vooroordelen over andere mensen heb je al snel, bleek de afgelopen maanden. Sommige van die oordelen bleken waar, anderen niet. Als afsluiting van de serie over vooroordelen vertellen Marien Blok en Maartje Egas uit Bleskensgraaf en Pleun Hak uit IJzendoorn (allen 19 jaar) welke vooroordelen ze herkennen, welke ze zelf hebben en hoe ze proberen te voorkomen vooroordelen te hebben.

Zijn er weleens vooroordelen over jou waar je tegenaan loopt?

Maartje: „Ik zit op de pabo, en mensen denken dat juffen altijd alles willen regelen en bazig zijn, maar dat is natuurlijk helemaal niet zo.”

Pleun: „Als je de zoon van een dominee bent, wordt er extra op je gelet, dat is logisch. Mensen zien je –bewust of onbewust– weleens als een voorbeeld. Ik ga er tegenwoordig heel luchtig mee om. Vroeger was ik veel bezig met wat anderen over mij zouden denken. Nu gaat het erom dat God de eer krijgt in mijn leven, dat Zijn liefde daar doorheen schijnt. Het is belangrijk om in het hoofd te houden waar je zelf staat. Als je oprecht voor God leeft, zij het onvolmaakt, dan mag je weten: Wat kan een nietig mens mij doen?”

Heb je zelfwel eens een vooroordeel over andere mensen?

Maartje: „Volgens mij gaat zoiets al heel snel bij mij. Bijvoorbeeld: zodra ik een politieagent zie, ga ik meteen netjes fietsen en check ik of ik m’n fietslampen wel aan heb gezet, alsof zo’n man alleen maar lampjes controleert. Ik heb ook weleens meegemaakt dat ik in de bus zat en dat er een meisje naast me kwam zitten met punkhaar, piercing en zwarte kisten. Toen kwam er bij mij gelijk een vooroordeel op.”

Marien: „Ik heb de vervelende gewoonte dat ik op basis van een vooroordeel helemaal ga invullen wat een ander denkt en doet. Ik heb dat een periode heel sterk gehad bij mijn onchristelijke klasgenoten. Ik dacht voor hen, en als zij antwoord op vragen moesten geven, wist ik dat al precies in te vullen. Althans, dat dacht ik.”

Pleun: „Ik geloofde altijd wat werd gezegd over ambtenaren: ze werken niet zo hard en drinken veel koffie. Nu ben ik zelf ambtenaar tijdens een stage. Ik moet hard werken.”

Was dat vooroordeel terecht?

Maartje: „Na een tijdje begon het meisje te rommelen in haar tas en haalde, tot mijn verbazing, een Bijbel uit haar tas en begon daaruit te lezen. Ik schaamde me voor mijn vooroordeel, want dat was dus blijkbaar totaal niet terecht. Ik had nooit verwacht dat zij een christen zou zijn.”

Marien: „Nee, dat was zeker niet terecht. Ook mensen die een ander fundament hebben dan het christelijk geloof kunnen met antwoorden op vragen komen die ik nooit had kunnen bedenken. Waar ik niet had verwacht veel respect te krijgen, was dat er toch wel. Ik heb moeten leren dat respect terug te geven.”

Is het goed om vooroordelen te hebben of is het beter het te voorkomen?

Marien: „Ik denk het niet. Vooroordelen zorgen er toch voor dat je met een gekleurde bril kijkt naar mensen of groepen. Vaak zijn vooroordelen ook gebaseerd op uiterlijke kenmerken of verbale uitingen. Maar de Heere ziet het hart aan.”

Pleun: „Nee, ik geloof niet dat dat goed is. Je vormt snel een denkpatroon waarin je bepaalt of je iemand wel of niet mag. Ik denk dat als je vooroordelen wilt voorkomen, je dit denkpatroon moet doorbreken. Kijk naar Jezus, hoe Hij met mensen omging. Nooit oordelend, Hij ging met hen in gesprek, maar liet tegelijkertijd wél de Waarheid horen. We hoeven niet relativerend te zeggen: Oordelen mag niet, dus we motiveren, bemoedigen en waarschuwen mensen niet meer; dat is juist het andere uiterste. Maar in gesprekken en in je dagelijkse doen en laten, kunnen anderen al zien of je ook met hen begaan bent of dat je een oordelend vingertje tegen hen opsteekt.”

Wat doe je om te voorkomen dat je vooroordelen hebt?

Maartje: „Vorig jaar hoorde ik een lied waarin de zanger vraagt om een seconde door de ogen van Jezus te kunnen kijken. Hij wilde zo kunnen begrijpen wat mensen om hem heen nodig hebben. Dat probeer ik altijd te doen als ik nieuwe mensen ontmoet; naar iemand proberen te kijken zoals Jezus dat zou doen. Niet dat het altijd lukt, maar het helpt me om mijn eigen vooroordelen aan de kant te zetten.”

Marien: „Ik probeer confrontaties zo veel mogelijk blanco aan te gaan. Ook al is dit in de praktijk ontzettend moeilijk. Als ik dan toch met een vooroordeel kijk naar mensen of groepen probeer ik hier iets positiefs tegenover te zetten. Van iedereen kan ik iets leren.”

Dit is de laatste aflevering in de serie over vooroordelen. Wil je de artikelen nog eens teruglezen? Dat kan hier.

Terug naar Serie HJW: Vooroordelen