Wilbert en Albert: neven én elkaars beste vrienden

"We speelden politie en boefje of soldaatje in het bos"

2018-10-12-pkPUN16-PUopening12_2-5-FC

Echte buitenmensen zijn ze. Wilbert van Alphen (23) en Albert van Heinsberg (23) uit Nieuwe-Tonge, neven én elkaars beste vrienden, lagen bij elkaar in de box, speelden elk vrij moment samen en logeerden iedere zomer bij elkaar.

Wilbert (l.) en Albert zijn onafscheidelijk.

We hebben écht veel samen gedaan

Elke middag waren ze buiten te vinden. Alleen als het goot van de regen bouwden ze aan een legodorp bij Wilbert op zolder. „We hebben écht veel samen gedaan”, lacht Albert verbaasd als ze in het ouderlijk huis van Wilbert herinneringen ophalen.

Belletje lellen

Vanaf het moment dat ze konden lopen, struinden de neven –die twee straten achter elkaar wonen– samen door Nieuwe-Tonge. Wilbert en Albert zaten tot groep 2 bij elkaar in de klas, daarna ging Wilbert naar het speciaal basisonderwijs. Elke schooldag wachtte Albert bij Wilbert in de achtertuin tot die thuiskwam. „Dan speelden we politie en boefje of soldaatje in het bos”, vertelt Wilbert.

We speelden politie en boefje of soldaatje in het bos.

Over al het kattenkwaad dat de neven samen uithaalden, zouden ze een boek kunnen schrijven. Wilbert somt op: „Erwten schieten, poorten opengooien, belletje lellen.” „En schieten met een katapult”, lacht Albert.
Allebei gingen ze na de basisschool naar de Prins Maurits in Middel­harnis. „We fietsten samen naar school als we op dezelfde tijd moeten beginnen”, vertelt Wilbert. Albert vult aan: „Als een van ons later uit was, wachtten we weleens op elkaar.”

Volkstuin

In hun middelbareschooltijd verbouwden de neven „van alles en nog wat” in hun eigen volkstuin. Fruit, aardappels en verschillende soorten groente, zoals sla en uien. Elke zaterdag waren ze, na hun bijbaantje in een tomatenkas, op de tuin te vinden. „Tja, wij waren moeilijk binnen te houden”, lacht Albert.

Ook nu zijn de neven als het even kan buiten. „Als het lekker weer is, gaan we met mijn boot varen”, vertelt Albert. Verder crossen ze soms met de mountainbike over Goeree-Overflakkee. De liefde voor het buitenleven hebben ze niet van een vreemde, aldus de neven. Hun opa, de vader van Alberts moeder en Wilberts vader, was hovenier en had een volkstuin. Albert koos hetzelfde beroep als zijn opa, Wilbert werkt in de kassen.

„We kunnen allebei niet stilzitten”, vertelt Albert. Wilbert: „Vroeger deden we klusjes bij de familie. En we haalden oud papier op voor de kerk.” „We hebben het hele huis van onze oom geschilderd. En als de kerk iets organiseert, bijvoorbeeld een rommelmarkt, helpen we altijd mee”, vult Albert aan. „Oh ja, en we zijn allebei lid van het buurtpreventie­team van Nieuwe-Tonge en van de dijkwacht.”„Dan controleer je de dijk tijdens een storm”, legt Wilbert uit.

Weet je nog van die veldbrand?

Ook zijn de vrienden gefascineerd door alles wat met brand en vuur te maken heeft. „Mijn vader is lid van de brandweer. Als de pieper afging, sprongen wij ook meteen op de fiets. Nu nog trouwens”, vertelt Wilbert. Albert gaat rechtop zitten. „Weet je nog van die veldbrand?” vraagt hij. „Tijdens de droogte van deze zomer stond er hier op Goeree een korenveld in brand. Wát een gezicht was dat”, vertelt Albert. „Indrukwekkend”, vindt ook Wilbert.

Trouwkaart

Als ze bij elkaar zijn, kletsen de twee de hele dag. Praten, diepgaande gesprekken voeren, doen ze niet vaak. „Da’s niks voor mannen”, vindt Albert. Gelukkig weten ze dat ze altijd bij elkaar terechtkunnen. „Wel praten we over onze toekomst”, vertelt Wilbert. „We hebben allebei een vriendin...” „Hij gaat al trouwen”, onderbreekt Albert zijn neef lachend. Wilbert grijnst. Dan schiet hem iets te binnen. Hij trekt een sprintje naar de boekenkast. „Ik heb nog wat voor je”, en hij overhandigt zijn neef de trouwkaart.

Over het geloof spreken ze niet vaak. Hij en Wilbert zijn lid van de gereformeerde gemeente in Nieuwe-Tonge. Wilbert: „Maar als we erover praten, begrijpen we elkaar. We zijn het eens over geloofszaken en voelen ons allebei thuis in de kerk. Op catechisatie zaten we ook samen. Na afloop praatten we weleens na over de les.”

Ruzie hebben de twee nooit. „Vroeger vast wel”, zegt Albert. „Eén keer hadden we het heel bont gemaakt”, herinnert Wilbert zich. „Toen fietsten we zelfs één keer niet samen naar school. Heel wat voor ons.”

Familie

Op de vraag hoe het komt dat de neven zulke goede vrienden zijn, blijft het zeker een minuut stil. „Gek joh, dat kan ik niet eens uitleggen”, zegt Wilbert verbaasd. „Zouden we zonder elkaar kunnen?” vraagt Albert zich hardop af. „Ik denk het niet”, geeft hij zelf het antwoord. Wilbert knikt. „We appen elke dag. Maar ja, we zijn dan ook al ons hele leven samen.”

Dat ze neven zijn, maakt hun vriendschap niet anders, vinden ze. „Het was een manier om elkaar te leren kennen, meer niet”, zegt Wilbert. „En we zien elkaar op verjaardagen van de familie, dat hebben andere vrienden niet”, vult Albert aan. En op vrijdagavond gaan de twee er met hun vriendengroep –bestaande uit Albert, zijn broertje en Wilbert met zijn twee zusjes– op uit. „Een vrienden­groep met familie, best uniek”, lacht Wilbert.

Deel 3 in een serie over unieke vriendschap. Albert en Wilbert zijn neven én beste vrienden.


Deze special is onderdeel van het Thema Dossier "Serie: Vrienden voor het leven"

Bekijk het dossier