Sanne (26): Het voelde alsof ik onder een glazen stolp zat

Nieuws   19 apr. 2018 | tekst Aline de Bruin, beeld iStock
2018-04-19-pkMEN1-jongeren_en_depressiviteit_blok-2-FC-V

Slaapproblemen. Paniekaanvallen. Extreme neerslachtigheid. Gevoel van eenzaamheid. Veel jongeren hebben last van depressieve klachten. Wat betekent het om depressief te zijn? En hoe kun je als ouder, vriend of familielid een depressieve jongere helpen?

Alsof je onder een glazen stolp van dik, troebel glas zit. Zo voelt het om depressief te zijn, zegt Sanne (26), die niet met haar achternaam in de krant wil. „Je voelt een enorme afstand tussen jezelf en de rest van de wereld, net of je overal buiten staat. Af en toe tikken er eens mensen op het glas om te proberen contact te maken. Je registreert hun bewegingen wel en ergens besef je dat je moet proberen te antwoorden, maar je hebt er de energie niet voor. En ze begrijpen er toch niets van.”

Op het dieptepunt van haar depressie vond ze het al moeilijk om uit bed te komen. „Je gaat overal tegen opzien. De kleinste dingen lijken ineens enorme bergen waar je tegen opziet. Dan ben je de hele ochtend bezig moed te verzamelen om aan de afwas te beginnen. Of er staat op je takenlijstje voor de dag ”een kaart kopen voor mijn oma”. En dan sta je in de winkel en voel je een paniekaanval opkomen omdat je maar geen keuze kunt maken tussen al die kaarten. Voor een gezond iemand is dat gevoel haast niet te begrijpen. Nu het beter met me gaat en ik terugkijk, kan ik me niet eens voorstellen dat ik me zo gevoeld heb. Maar het was echt zo.”

Taboe

Sanne is niet de enige jongere met depressieve klachten. Uit een onderzoek van het actualiteitenprogramma EenVandaag dat begin april verscheen, blijkt dat drie op de tien ondervraagde jongeren zich in de afgelopen twee jaar langere tijd depressief voelden of dat nog steeds zijn (zie ook het blok bovenin). In hetzelfde onderzoek geven veel jongeren (54 procent) aan zich te schamen voor hun depressieve klachten.

Er rust in onze maatschappij nog steeds een taboe op psychische problemen. Marnix (24) herkent dit. „Ik wilde zelfs tegenover mezelf lange tijd niet toegeven dat het slecht ging. Ik dacht: als ik maar gewoon doorga, dan gaat het vanzelf weer over. Ik moet me niet zo aanstellen. Als gezonde jongere hoor je deze problemen niet te hebben. Ik heb een fijne baan, goede ouders, veel vrienden, waarom voel ik me dan toch zo? Ik durfde er tegen niemand over te beginnen, ik was bang dat mensen me een aansteller vonden.”

Dr. Joop Stolk, emeritus hoofddocent orthopedagogiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam, had in zijn werk veel te maken met depressieve jongeren. Als studiebegeleider voerde hij regelmatig gesprekken met studenten die het moeilijk hadden. Eind vorig jaar schreef hij het boek ”Jong en depressief”, waarin hij de worstelingen van jongeren weergeeft.

„Ik heb zelf als jongere ook te maken gehad met depressiviteit. Maar in de jaren 50 en 60 was er nog geen enkele vorm van hulp. Mijn ouders vonden me waarschijnlijk een wat stille en merkwaardige jongen, maar ze kwamen niet op het idee dat er iets was. Ik moest het alleen doen. Nu denk ik: hoe heb ik dat alleen gered? Daarom vond ik het belangrijk om een boekje te schrijven, niet alleen voor jongeren, maar ook voor ouders en familieleden, om hen te helpen om te gaan met depressiviteit.”

Stress

Een depressie ziet er voor iedereen anders uit. Iemand kan kortdurend depressief zijn, dat heet een depressieve stoornis. Hij of zij heeft dan last van een sombere stemming, verlies aan belangstelling voor alles en een heel negatief zelfbeeld. Er bestaat ook de zogeheten dysthyme depressie: een depressie die lang duurt, meestal langer dan twee jaar, maar niet altijd even zwaar is. De ene keer voel je je beter dan de andere keer.

De oorzaken voor depressie zijn lastig aan te wijzen. Er is niet één doorslaggevende factor. Stolk: „Iemand is er gevoelig voor, of niet. Niet iedereen wordt depressief. Het is bewezen dat kwetsbaarheid voor depressies deels erfelijk wordt bepaald. Maar het kan ook te maken hebben met een gebrek aan toerusting in je opvoeding. Kunnen omgaan met stress is een belangrijke factor. Iedereen reageert anders op stress.”

Als voorbeeld noemt Stolk spanningen in een gezin. „Het ene kind onttrekt zich daaraan, probeert zo weinig mogelijk thuis te zijn en gaat veel naar vrienden. Het andere kind probeert juist het probleem op te lossen en de taak van de ouders wat over te nemen. Dat is een last die maar weinig kinderen kunnen dragen, het is een bron van depressiviteit.”

Geluksdictatuur

Onze huidige maatschappij helpt ook niet mee, geeft Stolk aan. Er heerst als het ware een geluksdictatuur. Je moet welvarend zijn, gelukkig worden, een relatie hebben, mooi gekleed zijn en het liefst ook nog je dromen waarmaken. Als je daar niet aan kunt voldoen, geeft dat veel stress.

Sanne: „Ik had –en heb nog steeds– de neiging om mezelf voortdurend te vergelijken met anderen. Vooral op sociale media zie je zo veel mooie foto’s voorbijkomen. O kijk, die gaat trouwen. O kijk, die heeft net een prachtige reis gemaakt. Ik realiseerde me helemaal niet dat ik zelf ook veel heb om dankbaar voor te zijn. Bovendien plaatsen veel mensen alleen de hoogtepunten uit hun leven online, ik weet helemaal niet met welke problemen zij te maken hebben. Het leven is geen optelsom, je bent niet ineens gelukkig als je alles voor elkaar hebt.”

Niet vertroetelen

Voor de omgeving van een depressief persoon kan het moeilijk zijn om te helpen. Een depressief iemand is lastig te raken, hij ziet alles somber in. „Hij verkeert in een andere wereld dan jij, met andere betekenissen”, zegt Stolk. „Jij ziet buiten een roodborstje over het gazon huppen en je denkt: Wat leuk; het is een tijd geleden dat er een roodborstje in de tuin was. Een depressief persoon denkt: Ach, er zijn zo veel vogels. Het is heel moeilijk om die twee meningen bij elkaar te brengen.”

Stolk adviseert ouders, familieleden en vrienden allereerst te proberen een depressieve jongere te begrijpen, voordat ze iets tegen hem of haar zeggen. Ze moeten vooral niet te veel willen beschermen. „Als je iemand zo somber ziet, ben je geneigd het initiatief over te nemen. Dat is nou juist niet de bedoeling. Ga vooral niet vertroetelen of een stortvloed van adviezen over iemand uitstrooien. Daar kan een jongere sowieso niet tegen. Je kunt beter zeggen: Zie je ertegen op om te gaan wandelen? Ik ga met je mee. Vind je het moeilijk om alleen naar de dokter te gaan? Ik breng je ernaartoe.

Iemand mag best een tijdje van je afhankelijk zijn, maar het is niet de bedoeling dat je alle kolen voor hem uit het vuur gaat halen. Uiteindelijk moeten de veranderingen uit hem of haar zelf komen. Dan gaat het genezingsproces veel sneller.”

Voor mensen die niet goed weten wat ze moeten zeggen tegen een depressieve jongere: geef dat gewoon toe. Marnix: „Ik heb een keer bezoek gehad van een kerkenraadslid. Hij kwam niet zomaar onaangekondigd op bezoek, maar vroeg of ik daar behoefte aan had. Dat vond ik fijn. Vervolgens zei hij tegen me: Ik heb zelf geen ervaring met depressiviteit en ik weet niet zo goed wat ik moet zeggen, maar ik wil graag naar je verhaal luisteren en samen met je bidden. Ik waardeerde die uitspraak enorm. Dat is veel fijner dan iemand die met allerlei adviezen komt of zoiets zegt als: Het gaat wel weer over. Zo’n uitspraak is vast goed bedoeld, maar helpt niets.”

Christelijke opvoeding

Stolk denkt dat het belangrijk is voor jongeren dat ze ook de kwetsbaarheid van hun eigen ouders zien. „Het maakt een verschil of je staat tegenover een vader of moeder die het helemaal gemaakt heeft in dit leven of dat je weet: mijn vader huilt ook weleens en mijn moeder weet soms ook niet of ze het wel goed doet.” In de Bijbel staat: „Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.” Het is God Die de kracht heeft. Dat ga je pas begrijpen als je op de bodem van je leven staat en je ziet: ik heb God nodig, ik kan het niet alleen.”

Een christelijke opvoeding is daarbij cruciaal. „Ik denk dat ouders soms te weinig met kinderen over het geloof praten. Het is vaak zo vlak en onpersoonlijk. Terwijl het juist voor jongeren belangrijk is om daar van hart tot hart over te praten. Jongeren zitten met veel vragen, ze gaan nadenken over hun eigen identiteit en over hun opvoeding. Ze prikken er zo doorheen als iets niet echt is. Het is van onschatbare waarde om het geloof aan je kinderen mee te geven. En dan niet alleen in kracht, maar ook in zwakheid.”


Drie op de tien jongeren kampen met depressieve klachten

Drie op de tien jongeren voelden zich in de afgelopen twee jaar langere tijd depressief of zijn dat nu nog steeds. Ze ervaren dagelijks ernstige somberheid en verlies van levenslust. Dat blijkt uit een onderzoek van het actualiteitenprogramma EenVandaag onder 3400 jongeren van 16 tot 34 jaar dat begin april verscheen.

Hun klachten staan vaak niet op zichzelf: de jongeren voelen zich ook eenzaam (71 procent) en hebben slaapproblemen (68 procent); bijna de helft (45 procent) heeft zelfmoordgedachten.

Een ondervraagde zegt over zijn depressie: „Elke dag was het een gevecht om mijn bed uit te komen, te douchen, me aan te kleden, met het ov naar de stad te komen, bij mensen in de buurt te zijn. Het voelde alsof ik vijf marathons liep.”

Van de jongeren die aangeven dat ze depressief zijn, zegt 54 procent dat dit ook door een huisarts of andere deskundige is vastgesteld. Net iets meer dan de helft (54 procent) geeft aan zich te schamen voor zijn depressieve klachten. Waar veel jongeren iemand in vertrouwen nemen of hulp zoeken, geeft een op de zes (18 procent) aan er met niemand in zijn omgeving over gesproken te hebben.

Persoonlijk falen

Zeven op de tien (71 procent) jongeren die zich depressief voelen, stellen dat er een groot taboe rust op het praten erover. Een deelnemer: „In onze maatschappij wordt een psychisch probleem continu afgedaan als een persoonlijke tekortkoming of een zwakte, een persoonlijk falen. Door dit taboe kon ik zelf niet praten over dit alles en is het meerdere malen tot een waar dieptepunt gekomen.”

Een andere jongere: „Ik heb geprobeerd dit taboe te doorbreken, maar mijn ouders waren hier fel op tegen. Ze zeiden: „Als je nu zegt dat je depressief bent of paniekaanvallen hebt, dan krijg je nooit meer een baan.””


Kenmerken van een depressie

Iedereen is weleens somber. Maar een depressie is meer dan voorbijgaand verdriet. In zijn boek ”Jong en depressief” (uitg. De Banier) zegt Joop Stolk over een depressie: „Je voelt de somberheid als het ware in je lichaam. Die beheerst je denken. Je denkt alleen maar negatief over jezelf. De toekomst lijkt potdicht te zitten. Je hebt het gevoel in een diep gat gevallen te zijn.”

De belangrijkste kenmerken van een depressie zijn een sombere stemming, negatief denken en het verlies van alle belangstelling. Andere kernmerken: irritatie, meer of minder eten, meer of minder slapen, gebrek aan concentratie, lichamelijke klachten, schuldgevoelens en een gemis aan geloofsvertrouwen.

Terug naar Themadossier: Gezondheid en ziekte