Waarom refojongeren aan sexting doen

Nieuws   30 jul. 2018 | tekst Anne Vader, beeld iStock
2018-07-28-ACC1-sexting-7-FC-V_web

Refomeisjes kwamen met hun ouders bij hem op het politiebureau. Hun vriendje had om foto’s gevraagd. Van borsten en billen. Toen ging de relatie uit. En verschenen de foto’s in app-groepen. De hele school wist het. Hoe kan het dat sexting steeds vaker voor ellende zorgt?

Wekelijks krijgt Sjac van Eijzeren nieuwe meldingen binnen van sexting, het verzenden van seksueel getinte beelden of berichten via telefoons en sociale media. „We zien het topje van de ijsberg”, zegt de wijkagent jeugd bij de politie op Walcheren. Die sprak de afgelopen tweeënhalf jaar zo’n 300 jongeren over sexting.

Sexting gebeurt via WhatsApp, Facebook en Instagram, maar vooral via Snapchat. Ruim driekwart van de naaktfoto’s of foto’s in ondergoed wordt verstuurd via het razendpopulaire medium, waar de gebruiker zelf bepaalt welke vrienden zijn foto mogen zien. En hoelang: één of tien seconden. Dat de foto’s niet automatisch op internet worden opgeslagen, maakt Snapchat zo aantrekkelijk voor het versturen van seksueel getinte beelden. Ook bij privéberichten op Instagram kun je instellen dat foto’s en video’s verdwijnen. Maar ongevaarlijk is dat niet: als één ontvanger een schermfoto maakt, kan de afbeelding overal terechtkomen.

„Een jongen vindt het stoer als hij zo’n foto of filmpje heeft”, zegt Van Eijzeren. De verleiding ligt volgens hem dan ook op de loer om de beelden aan vrienden te laten zien. „Het is net een geheim dat vrijwel niemand kan bewaren en je met minstens één iemand wilt bespreken.” Daarbij komt: als de relatie uitgaat, worden de foto’s soms verspreid die een meisje haar vriendje in vertrouwen had gestuurd.

Generatiekloof

„Het is bijna keiharde porno”, waarschuwt de wijkagent, als hij de USB-stick uit zijn broekzak haalt. Intussen is hij zo gewend aan de beelden dat ze hem nauwelijks meer choqueren. Hij start de powerpoint die hij eerder liet zien tijdens een symposium voor professionals uit de zorg en het onderwijs.

De eerste dia’s tonen straatbeelden: billboards van Radio 538 in een bushokje. Twee vrouwen, schaars gekleed, hun tong tegen een hotdog. De Reclame Code Commissie vond dat het beeld niet door de beugel kan. Van Eijzeren wil maar zeggen: daar op straat begint het. „We hebben te maken met een glijdende schaal.”

Op het scherm verschijnt een seksfilmpje met de tekst: „Stuur door naar je vrienden want ze ****** elkaar.” De ene na de andere vraag komt langs. Bedreigend: „Ik wil naaktpicca van je. Anders blok ik je.” Of bedelend: „Wanneer ga je nou foto sturen?” Vanavond, belooft het meisje. Ondanks de witte vlekken die de foto moeten kuisen, spreken de beelden boekdelen.

„Jongens vragen erom alsof het normaal is. En meisjes sturen het alsof het normaal is”, zegt Van Eijzeren. „Jongens zouden dus meer respect voor meiden moeten hebben, en meiden voor zichzelf.” Hij stipt de generatiekloof aan. „In mijn jeugd zou je echt klappen krijgen van je vrienden. Of een glas bier in je gezicht.”

Aandacht, bevestiging, groepsdruk, spanning en de uitdaging van het experimenteren zijn redenen voor pubers om zichzelf letterlijk bloot te geven via hun telefoon. Alles delen is normaal voor hen. „Wat denk je: toen ik twintig jaar geleden trouwde, liet je je trouwalbum alleen aan vrienden en familie zien. Echt niet aan de hele wereld. Voor jongeren is het gewoon geworden om alles uit hun leven te filmen, te fotograferen en te delen.” Dat maakt de stap klein om een foto waarop ze naakt of in ondergoed te zien zijn naar een vriendje te sturen.

Refojongeren

Van Eijzeren hield presentaties om het probleem aan te kaarten, onder meer voor docenten en leerlingen van het Zeeuwse Calvijn College. „Niemand zag je denken: wat vertel je nu? Ik zag één grote blik van herkenning.” Zijn deze praktijken dan niet anders in de christelijke wereld? „Nee”, antwoordt de agent stellig.

Dat bevestigt het Reformatorisch Meldpunt, dat diverse slachtoffers van sexting uit christelijke kring sprak. „Het is een relatief nieuw probleem, iets van de laatste jaren. Elke jongere weet dat dit op school gebeurt”, zegt bestuursvoorzitter Berna van der Zouwen.

Hoeveel jongeren precies aan sexting doen, is lastig te zeggen. De cijfers lopen behoorlijk uiteen. Het openbaar ministerie meldt dat zo’n 6 procent van de jongeren tussen de 12 en de 17 jaar weleens een pikante foto van zichzelf –naakt of in ondergoed– zegt te hebben verzonden.

Een onderzoek in opdracht van internetprovider Kliksafe, uitgevoerd door de Universiteit van Amsterdam, houdt het op ongeveer 3 procent van de jongeren. Het rapport hanteert dezelfde definitie en keek naar dezelfde leeftijdscategorie als het OM. Een vergelijkend onderzoek van de Kliksafe stelt dat dit percentage onder reformatorische jongeren meer dan dubbel zo hoog ligt als onder hun seculiere leeftijdsgenoten: 7 procent. Een op de veertien dus. Twee in een gemiddelde middelbareschoolklas. De meesten doen het op hun vijftiende of zestiende.

Reformatorische tieners oordelen positiever over sexting dan de seculiere jeugd. Ook zeggen bijna dubbel zo veel refojongeren dat zeker de helft of meer van hun vrienden aan sexting doet. Het OM stelt overigens dat maar liefst 23 procent van de jongeren weleens een pikante foto heeft ontvangen.

Het gesprek

Meest opvallende uitkomst noemt onderzoeker Jeroen van der Laan dat meer dan de helft van de reformatorische jongeren niet met zijn of haar ouders spreekt over sexting, terwijl 70 procent van hun niet-christelijke leeftijdsgenoten dit wél doet (zie ”Waarom refojongeren sexy selfies sturen”). „Praten werkt aantoonbaar risicoverlagend”, stelt hij. Hoe meer er thuis gepraat wordt, hoe vaker pubers vertellen dat ze een sextingafbeelding hebben gekregen.

Praten moet wel op de juiste manier gebeuren, staat in de rapporten van Kliksafe. Bang zijn voor boze reacties is voor jongeren namelijk een belangrijke reden om niet naar hun ouders te gaan. Vragend en belangstellend communiceren is het effectiefst. Hoe rustiger ouders de regels en afspraken uitleggen, hoe vaker jongeren beseffen dat sexting niet normaal is en de beelden niet doorsturen, maar wissen.

Eenrichtingsverkeer en onderhandelen in gesprek met jongeren lijken juist risicovol gedrag in de hand te werken. In gesprek blijven over afspraken en regels vermindert riskante opvattingen over sexting. Straffen en boos worden, werken aantoonbaar minder goed.

Psychische schade

Hoewel de meeste jongeren sextingafbeeldingen niet doorsturen en meteen wissen, hoeft er hoeft maar één persoon te zijn die beelden wél verder verspreidt. En van die ontvangers maar één die een foto of filmpje opnieuw doorstuurt. De gevolgen zijn desastreus. Wat eenmaal op internet staat, gaat er nooit meer vanaf, waarschuwt Van Eijzeren. „Je kunt de verspreider wel vragen het beeldmateriaal van zijn telefoon te verwijderen, maar je kunt onmogelijk nagaan wie het allemaal nog meer heeft.”

De psychische schade bij slachtoffers is groot. Psychiatrische klinieken zagen begin vorig jaar een forse toename van de opnames na verspreide sextingfoto’s of -filmpjes, zo bleek uit onderzoek van RTL Nieuws. In een jeugdkliniek behoorde een kwart van de opgenomen meisjes tot deze groep, terwijl deze patiënten zich volgens deskundigen drie jaar geleden nog niet meldden.

„Wat zegt het over hun gevoel van eigenwaarde”, vraagt Van Eijzeren indringend, „als meiden hun bevestiging moeten hebben van jongens die hen mooi, lief en leuk vinden?” De politieman, zelf christen: „Ik hoef dit buiten de christelijke wereld niet te vertellen, maar ik geloof dat het een grote bescherming is als een kind hoort dat zijn ouders voor hem bidden. Niet alleen om bewaring voor het kwaad, maar ook dat ze danken voor hun geweldige zoon of dochter. Laten we hun leren wat liefde en respect is. En ga daarnaast uit oprechte interesse het gesprek aan.”

Terug naar Themadossier: Liefde en seksualiteit