Geen celstraf maar asiel voor Egyptische tieners na ‘godslasterlijk’ filmpje

Nieuws   23 sep. 2016 | tekst en beeld SDOK
jongensegypte

Vier veroordeelde christelijke tieners uit Egypte krijgen asiel in Zwitserland. De jongens zijn veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf vanwege vermeende belediging van de islam in een video. Moller Yasa, Klenton Faragalla, Bassem Younan en Albir Shehata kwamen deze maand aan in hun nieuwe thuisland.

Op het filmpje van 32 seconden dat ze maakten met een mobiele telefoon, is te zien hoe Sehata zogenaamd knielt voor de Salat, het gebed dat moslims vijf keer per dag bidden. Vlak voordat de video stopt, houdt Younan zijn hand alsof hij een mes vast heeft en maakt een gebaar alsof hij de keel van Shehata doorsnijdt. De andere twee jongens zwaaien naar degene die filmt en naar Younan en Shehata.

De persoon die filmt, is de 43-jarige leraar van de jongens, Gad Younan. Hij neemt de video op tijdens een jeugdbijeenkomst van koptische jongeren in februari 2015. De leraar filmt alle aanwezige jongeren, niet enkel de genoemde vier. Shehata en Younan zeggen dat niemand de bedoeling had de islam te bespotten, op welke manier dan ook. Ze probeerden eerder met gekke gebaren de aandacht van de leraar te trekken in een lokaal vol christelijke jongeren.

De leraar verloor enige tijd later zijn telefoon. Deze werd op 6 april 2015 gevonden door een moslim, die het filmpje afspeelde. De inhoud verspreidde zich snel door Al-Nasriyah. De dag erop klaagde een groep moslims bij de politie en de dag daarna trok een menigte woedende moslims door het dorp. Ze sloegen elke christen die ze konden vinden.

 Rotte eieren en klappen

Drie dagen lang kwamen duizenden moslims uit naburige dorpen naar Al-Nasriyah om te rellen en te plunderen. Tenminste vijftien winkels werden beschadigd of vernield. De meute trok, islamitische leuzen scanderend door het dorp. Ze eiste dat alle christenen uit het dorp zouden verdwijnen.

Tijdens deze rellen waren de vier jongens doodsbang. Meerdere malen werden hun huizen omsingeld en werd er geroepen om hun dood. Shehata zei dat hij, terwijl hij zich in zijn huis verborg, de mensen buiten kon horen ruziemaken over wie hem mocht doden. “Mensen maakten ruzie over wie de eer had mij te doden, of dat ze allemaal die eer mochten ontvangen.”

De leraar werd een dag na de vondst van de telefoon gearresteerd en later uit zijn dorp verbannen. Twee dagen later, toen de rellen iets afnamen, konden de jongens ontkomen naar het huis van de burgemeester van hun dorp. Daarvandaan nam een groep soldaten hen mee naar de politie. Ze zouden slechts enkele uren op het politiebureau moeten doorbrengen om vermaand te worden, zo kregen ze te horen. In plaats daarvan werden de minderjarigen streng ondervraagd, geslagen en in de gevangenis gegooid. Ze hadden het daar slecht. Niet alleen kregen ze een klein beetje rotte gekookte eieren en brood om te eten, ook beloonden bewakers andere gevangenen die hen sloegen. Dat gebeurde regelmatig, vertelt Faragalla. De bewakers en gevangenen probeerden hen ook te dwingen zich tot de islam te bekeren.

“Toen ik de eerste dag in de cel werd gezet, zei de bewaker tegen mijn medevangenen: “Deze jongens hebben het lef de islam te beledigen. Laat hen zien wat we doen met mensen die onze heilige religie smaden”, zegt Faragalla.

Ondanks de slechte behandeling, was er ook een handvol gevangenen die de jongens beschermden tegen geweld en ervoor zorgden dat ze meer eten kregen. “God zorgde echt voor ons”, zegt Shehata.

Grap

De vier jongens werden op borgtocht vrijgelaten. Shehata, Yasa en Younan zaten langer dan vijftig dagen in de cel, Faragalla 63. “We zaten als kind in een gevangenis voor volwassenen.”

De jongens werden veroordeeld tot vijf jaar cel.

“Ik was in shock, ik kon het niet geloven, ik was zo verward”, zegt Shehata. Faragalla zei dat hij dacht dat Yasa een grapje maakte toen hij hem het vonnis vertelde. “Ik dacht dat hij me voor de gek hield, en dat we vrij zouden komen.”

De jongens vluchtten naar Turkije. Ook daar hadden ze het moeilijk. Een Turkse man viel Shehata aan toen hij erachter kwam dat hij geen moslim is. Ook het zoeken naar een baan lukte niet omdat hen steeds gevraagd werd of ze wel moslims waren.

Nadat ze als vluchteling geregistreerd waren bij de VN, liet Zwitserland na bemiddeling van christelijke en mensenrechtenorganisaties weten het viertal op te willen nemen.

De jongens zeggen dankbaar te zijn met hun kans een nieuw leven te beginnen, maar Faragalla wil op een dag terug naar Egypte. “We verliezen niet onze hoop op een terugkeer naar Egypte in de toekomst”, zegt hij. “Ook al krijgen we hier een verblijfsstatus, we willen uiteindelijk terugkeren.”

Op de foto v.l.n.r.: Moller Yasa, Klenton Faragalla, Bassem Younan and Albir Shehata op Istanbul Ataturk Airport voor hun vertrek naar Zwitserland.

 

Terug naar Themadossier: Vluchtelingen