De kop eraf

Zomerserie 2010: De test   16 dec. 2014
insecten eten

Met dode ogen kijkt de sprinkhaan me aan. De vleugels en poten zijn afgebroken, zodat ik alleen een lijf met kop in handen heb. Ik breng het dier naar mijn mond, sluit mijn ogen en bijt.

Misschien hangt dit artikel over vijftig jaar in een museum en schudt de lezer ongelovig het hoofd over zo veel bekrompen schroom. Misschien is het eten van insecten dan net zo gewoon geworden als het wegwerken van een boterham met kaas. Want bedenk wel: op dit moment vindt 80 procent van de aardbewoners insecten eten normaal. Wie zegt dat wij aardappeleters niet zullen volgen?

Al deze relativerende gedachten helpen niet als ik in Oisterwijk de patisserie van Robèrt van Beckhoven binnenstap. Ik ga de proef op de som nemen en zal vandaag sprinkhanen en wormen eten.

Op het werkblad van de strak ingerichte workshopruimte staan drie doosjes. In de eerste zitten meelwormen -"géén maden"- als kromme hagelslagjes met geribbelde ruggen. De tweede bak bevat kleine sprinkhanen, in de volgende zitten fors uitgevallen exemplaren. "Die at Johannes de Doper in de woestijn", vertelt Marian Peters van Bugs Organic Food.

Insecten eten verliest het horrorimago, vertelt Peters. Er is steeds meer vraag naar insecten. Peters' missie: het eten van insecten promoten. Ze doet dat op een luchtige manier, zoals met de hapjes van Van Beckhoven, maar de boodschap is serieus: insecten zitten vol eiwitten en zijn daarom een prima vleesvervanger. Voor een kilo rundvlees moet een koe 10 kilo eten, terwijl een insect zo'n 70 procent van z'n voedsel omzet in eiwit. En dat is nog niet alles: in een kwekerij kunnen de natuurlijke leefomstandigheden prima worden nagebootst. Voor een insectenmueslireep hoeven dus geen dieren te lijden.

Van Beckhoven begint aan het bereiden van zijn eerste hapje. Hij dompelt een lolly in witte chocolade en daarna in de meelwormen. Hij spuit er oogjes en een mondje van pure chocolade op et voilÓ, een mannetje met meelwormkapsel kijkt me aan. Op een koffieblokje legt hij de kleine sprinkhaan, op een chocolade-amandelcakeje de grote. De hapjes liggen op een leistenen plankje te pronken.

Prachtig, maar nu de volgende stap. Ik begin met de meelwormenlolly. De passievruchtkern is verrassend zacht, de knapperige wormpjes passen er goed bij. Dit is gewoon genieten.

Een sprinkhaan eten is andere koek. Voorzichtig zet ik mijn tanden in de nek van het dier. Het kraakt, knispert. Ik wacht even, kauw verder. "De kop is eraf", zegt Marian lachend. Het valt mee. De structuur lijkt op die van Chipitochips, alleen proef ik geen kaas, maar iets dat op noten lijkt. De smaak is wat flauw; ik kan me voorstellen dat Johannes de dieren met een lik honing at. Nadat ik het hele beest naar binnen heb gewerkt, probeer ik de kleine. Die smaakt gekruider.

Ik schrik als ik een insect zie bewegen. Een mier rent tussen de bakjes door. Even vraag ik me af wat Mier uit de kinderboeken van Toon Tellegen zou denken als hij zijn vriend Sprinkhaan in zo'n bakje zou zien zitten. "Mieren kun je ook eten", knikt Peters, die mijn gedachten niet kent. Maar dat gaat te ver. Ik wil met een gerust hart Tellegen blijven lezen.

Journalist eet insecten. Dit is het tweede deel in een serie waarin jongerenredacteuren bizarre diensten of producten uitproberen. Volgende week: een schoen met bolle zolen.

tekst Susanne Rebel, beeld ANP, publicatiedatum 17 juli 2010.

Terug naar Zomerserie 2010: De test